De Maleise tactiek...


Kuala Lumpur - Maleisië is samen met Indonesië de grootste producent van palmolie. Tientallen miljoenen hectaren voormalig regenwoud zijn daartoe omgevormd tot oliepalmplantage. Steeds meer van die plantages verrijzen op plaatsen waar de laatst resterende tropische veenbossen op aarde ervoor moeten wijken, ook al zijn de vaak diepe veengronden erg ongeschikt voor deze teelt. Ze vereisen diepe drainagekanalen en grote hoeveelheden kunstmest. Een recent rapport van Delft Hydraulics heeft bovendien stof doen opwaaien met de mededeling dat deze veenontginningen enorme hoeveelheden van het broeikasgas CO2 uitstoten, enerzijds door veenbranden die makkelijk ontstaan in het verdroogde veen en anderzijds doordat het ontwaterde veen oxideert. Een publicatie in Science schatte zelfs dat, mocht de palmolie tot biodiesel verwerkt worden, het meer dan 420 jaar duurt voordat dit CO2 verlies is gecompenseerd. De cijfers zijn verontrustend, maar Maleisië houdt zich afzijdig. “het is vooral een probleem van Indonesië”, wijzend op een publicatie van de ambitieuze Maleise wetenschapster Lulie Melling, waarin ze metingen laat zien van verhoogde CO2 uitstoot uit een bosbodem in vergelijking met de bodem onder een oliepalmplantage. Deze tegenstrijdige berichten waren voor onze minister Cramer en minister Chin van Plantation Industries and Commodities in Maleisië de aanleiding om een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de kwestie. Dat is inmiddels afgerond met een Alterra-rapportage, waarvan ik de hoofdauteur ben. Onze conclusie is dat geen van de publicaties onjuist zijn, maar dat de conclusies verkeerd zijn geïnterpreteerd. Bovendien is ons begrip van de koolstofbalans in verschillende ecosystemen of veen nog heel beperkt.
Onlangs bevond ik mij in Kuala Lumpur als onderdeel van de Nederlandse afvaardiging tussen de top van de oliepalm industrie en een aantal hooggeplaatste ambtenaren, om ons rapport te presenteren. De bijeenkomst was indrukwekkend enerzijds, maar ik vond haar tegelijkertijd verontrustend. Er is een Joint Committee on Carbon Emissions (JCCE) opgericht bestaande uit Nederlanders en Maleisiërs, dat onderzoek moet gaan doen naar de onduidelijkheden. Onderzoeksresultaten moeten eerst aan dit comité worden voorgelegd voordat ze gepubliceerd kunnen worden. Het comité eigent zich het recht toe om de resultaten te weigeren voor publicatie onder naam van het JCCE. Ik heb de indruk dat er sprake is van belangenverstrengeling, ook omdat Maleisische onderzoekers vaak in dienst zijn van de regering of de industrie…en daarmee zijn ze niet onafhankelijk.
Ik denk dat het JCCE een ultieme zet is van Maleisië om de indruk te wekken van milieuvriendelijk en duurzaam ondernemende natie, terwijl de palmolie industrie onverminderd kan doorgaan met de gangbare, milieuvernietigende oliepalmteelt…“er is immers eerst meer onderzoek nodig voordat we veranderingen in de praktijk gaan brengen.” Nee. Wie het volgens mij feitelijk voor het zeggen heeft in Maleisië is de kapitaalkrachtige palmolie industrie zelf.



Comment on this Article: